De vraag die wij misschien nog het meest horen, is:
“Schrijft ASHRAE 188-2018 (of de CMS-richtlijn) voor dat ik monsters van mijn watersystemen moet nemen om te controleren op legionella?”
Het simpele antwoord luidt 'Nee' (niet direct), en wel hierom: Er bestaat namelijk geen veilig niveau van legionella in het watersysteem van een gebouw. Daarom is zelfs een monsterresultaat waarbij geen stoffen zijn aangetroffen niet per se “veilig.” De reden hiervoor ligt in het feit dat de levenscyclus van dit organisme, in combinatie met de belasting waaraan het wordt blootgesteld door temperatuur, desinfecteringsmiddelen enz. in watersystemen van gebouwen, ertoe kan leiden dat het in een levensvatbare maar niet-kweekbare (VBNC) toestand terechtkomt.
Dat er bij een kweekonderzoek naar de aanwezigheid van legionella geen bacteriën worden aangetroffen, betekent niet dat een gebouweigenaar opgelucht kan ademhalen. De reden hiervoor is dat juist deze door de mens aangelegde leidingsystemen de ideale omstandigheden zouden kunnen bieden waarin deze bacteriën zich kunnen vermenigvuldigen, uitbreiden en zich in watersystemen kunnen nestelen, mogelijk tot alarmerend hoge concentraties op een bepaald moment in de levenscyclus van legionella. Sterker nog: er zijn zelfs gevallen van de veteranenziekte in verband gebracht met zeer lage concentraties legionella in watersystemen van gebouwen. Daarom moeten wij, zoals aanbevolen door het CDC, ASHRAE, CMS en andere instanties, de watersystemen in onze gebouwen zodanig beheren dat de gevaarlijke omstandigheden waarin legionella kan groeien en zich kan verspreiden onder kwetsbare personen, worden teruggedrongen. Dit krijgen we voor elkaar via een Water Management Plan (WMP - plan voor waterbeheer).
Het team dat verantwoordelijk is voor het waterbeheer dient regelmatig de waterkwaliteitsparameters te controleren, zoals het gehalte aan desinfectiemiddelen en de temperatuur, aangezien deze, indien zij niet worden aangepakt, mogelijk de groei van legionella en/of andere opportunistische, via water overdraagbare ziekteverwekkers kunnen bevorderen. Indien het programmateam bijvoorbeeld vaststelt dat een waterparameter buiten de vooraf vastgestelde controlegrenzen valt, zou de volgende stap bestaan uit het nemen van corrigerende maatregelen om de waterkwaliteit in het gebouw weer binnen de gewenste waarden te brengen. Dit kan een eenvoudige preventieve maatregel zijn, zoals het doorspoelen van een verstopte of slecht doorstromende afvoerleiding of het aanpassen van de instelwaarde van een warmwaterboiler. Het kan echter ook een meer corrigerende maatregel zijn, zoals het uitvoeren van een systeemdesinfectie.
De algemene consensus is dat er geen willekeurige, niet-begeleide milieubemonstering mag worden uitgevoerd wanneer er geen vermoedelijke of bevestigde gevallen van de veteranenziekte zijn, tenzij dit deel uitmaakt van een epidemiologisch onderzoek. Indien er echter milieubemonstering op legionella wordt uitgevoerd zonder dat er sprake is van een vermoeden van of een bevestigde, aan de faciliteit gerelateerde ziekte (bijvoorbeeld ten behoeve van de validatie van het WMP, enz.), mag dit nooit op zichzelf staand plaatsvinden; bovendien dient het programmateam, alvorens hiermee te beginnen, een bemonsteringsplan en passende responsprotocollen te hebben vastgesteld voor de systemen en apparaten die bemonsterd moeten worden. Bemonsteringsplannen zijn voor elke vestiging uniek en er moet rekening worden gehouden met factoren zoals:
Wanneer er milieumonsters worden genomen zonder dat er sprake is van ziektes, dient dit te worden uitgevoerd door een geaccrediteerd laboratorium dat aantoonbare deskundigheid bezit op het gebied van de detectie en inventarisatie vanlegionella.