Solenis + NCH:<br />Samen Vooruit
NCH maakt nu deel uit van Solenis
Sluiten 686C6711-FB74-47F4-AFEE-14D0F9C09B39

In het watersysteem van mijn gebouw is legionella aangetroffen: Wat moeten we nu doen?

Door: Light Industrial Solutions for Water Treatment | donderdag 25 juli 2019 | Leestijd: 5 minuten

Wij hebben de aanwezigheid van legionella vastgesteld in een of meer van de watersystemen in ons pand… Wat moeten wij nu doen?

Dit is de op één na meest gestelde vraag. Alleen de vraag: „Moet ik mijn watersystemen oplegionellalaten testen?” wordt nog vaker gesteld.  Vaak wordt de vraag als volgt voorgelegd:

“Onlangs hebben wij onze waterleidingen in het pand getest op legionella en daarbij één of meer positieve testresultaten vastgesteld.  Hoe kunnen we dat probleem aanpakken?”

Het eenvoudige antwoord luidt: "U moet uw waterbeheerplan (WMP) volgen."  In de praktijk komt het echter vaak voor dat gebouweigenaren besluiten om te testen op de aanwezigheid van legionella nog VOORDAT ze een WMP met passende responsprotocollen hebben opgesteld om de onvermijdelijke positieve resultaten van juist dergelijke tests het hoofd te bieden.

Voor de juiste reactie op de vraag “Wat moeten we nu doen?“ moeten we onze antwoorden opsplitsen in twee brede categorieën van watersystemen: systemen voor drinkwater of niet-drinkwater. Vervolgens moeten wij onze op maat gemaakte reacties verder afstemmen op de gezondheidszorg of op andere sectoren.

Protocollen voor drinkwater versus niet-drinkwater

Drinkwater (d.w.z. huishoudelijk water) is water dat mensen consumeren of waarmee zij in aanraking komen. Het is het water dat wij drinken, waarmee wij ons wassen, waarmee wij koken, enzovoort. In de regel moet een online responsprotocol dat voor een drinkwater- of huishoudelijk watersysteem is opgesteld, voldoen aan de grenswaarden, methoden en beperkingen voor desinfectiemiddelen die zijn vastgelegd in de Safe Drinking Water Act (SDWA - wet inzake veilig drinkwater) van de EPA. Anders dient u dat specifieke drinkwatersysteem buiten gebruik te stellen zolang de sanering aan de gang is.

Niet-drinkbaar water daarentegen is water dat ongeschikt is voor menselijke consumptie (bijvoorbeeld in een industriële omgeving) en mogelijk zelfs ongeschikt voor menselijk contact. Niet-drinkbaar kan betekenen:

  • Nutswater voor ketels en koeltorens
  • Water voor decoratieve of sierfonteinen
  • Teruggewonnen water
  • Onbehandeld afvalwater
  • Snijwater
  • Koelmantelwater
  • Bewateringswater
  • Water voor brandbestrijding
  • en meer

De protocollen voor het omgaan met niet-drinkbaar water zijn vaak systeemspecifiek. Het systeem kan doorgaans buiten bedrijf worden gesteld, en er worden vaak grondige reinigings- en desinfectieprocedures en chemicaliën gebruikt. Proceswatersystemen in productiefabrieken, voedingsmiddelen- en drankenbedrijven, farmaceutische productielijnen enz. hebben mogelijk hun eigen specifieke beperkingen als het gaat om de toe te passen desinfectiemethoden en moeten per geval en per productielijn worden beoordeeld.

Ten slotte zijn er waterbronnen zoals zwembaden, bubbelbaden, spa’s en hydrotherapiebaden, waarbij het water veilig is voor lichamelijk contact, maar toch ongeschikt is om te drinken omdat het niet volledig voldoet aan alle aspecten van de EPA SDWA. Deze watersystemen worden doorgaans buiten gebruik gesteld tijdens de sanering en het desinfectieproces.

Zonder een vooraf vastgesteld responsprotocol dat deel uitmaakt van een uitgebreid waterbeheerplan (WMP), is het bepaald niet eenvoudig of duidelijk wanneeren hoeer moet worden gereageerd op positieve detecties van legionella l in milieumonsters. Terwijl responsprotocollen voor systemen die niet bestemd zijn voor drinkwater, zoals koeltorens, bubbelbaden en sierfonteinen, doorgaans kwantitatief worden bepaald aan de hand van de concentratie per monster (X aantal kolonievormende eenheden van legionella), is de situatie bij drinkwater- (huishoudelijke) systemen totaal anders. Positieve legionella-monsters uit drinkwater moeten kwalitatief en niet kwantitatief worden beoordeeld, rekening houdend met verschillende factoren, waaronder, maar niet beperkt tot:

  • Trends ten opzichte van eerdere onderzoeksresultaten
  • Recente interne of externe onderbrekingen in de drinkwatervoorziening of bouwwerkzaamheden
  • Omvang van de besmetting, uitgedrukt als percentage positieve uitslagen ten opzichte van het aantal verkregen monsters, en de locaties in het gebouw waar deze monsters zijn afgenomen
  • Beoordeling van de geschiktheid van de bemonsteringslocaties, het aantal genomen monsters en de vraag of deze al dan niet een nauwkeurig beeld gaven van de toestand van het sanitair in het gebouw
  • Resultaten van monsters genomen vóór een spoeling (eerste monster) versus na een spoeling, indien deze zijn afgenomen
  • Resultaten van watermonsters versus uitstrijkjes, indien afgenomen
  • Welke legionella-soort is aangetroffen; in het geval van L. pneumophila, welke serogroep?
  • Positief voor huishoudelijk warm versus huishoudelijk koud water
  • Temperatuur- en/of desinfectiemiddelwaarden die mogelijk van invloed zijn geweest op de testresultaten
  • Locatie (nabij, midden, verder weg) van de monsterpunten
  • Gebouwkenmerken (bijv. grootte, leeftijd, complexiteit, recirculatie, stagnatie en/of voorgeschiedenis van de sanitaire systemen)
  • Kans op waterverneveling vanuit het monsterpunt
  • Gevoeligheid van gebruikers van een gebouw voor ziekteverwekkers die via water worden overgedragen

Al deze factoren moeten in overweging worden genomen om te bepalen wanneer en hoe er moet worden gereageerd op een positief resultaat van een drinkwatermonster.

Zorgomgevingen versus andere omgevingen

De drie belangrijkste verschillen tussen de gezondheidszorg (bijvoorbeeld ziekenhuizen, verpleeghuizen, begeleid wonen, enz.) en andere sectoren (commerciële kantoorgebouwen, hogescholen/universiteiten, industrie/productie, hotels/reizen/toerisme) zijn:

  1. Gevoeligheid van gebruikers (patiënten) voor opportunistische, via water overdraagbare ziekteverwekkers: in de gezondheidszorg verblijven doorgaans ouderen en/of personen met een verzwakt immuunsysteem, die beide als risicogroepen worden beschouwd  Vanwege deze kwetsbaarheid van bewoners hanteren veel zorginstellingen een veel lagere tolerantiegrens voor positieve legionella-bevindingen in watermonsters op hun locatie en moeten zij hun controlegrenzen en responsprotocollen dienovereenkomstig aanpassen.
  2. Klinische bewaking: zorginstellingen zouden gebruik kunnen maken van mogelijkheden voor klinische (patiënten)bewaking, waarbij zij patiënten proactief en systematisch screenen op zorggerelateerde longontsteking.  Dit biedt extra mogelijkheden voor validatie, correlatie of vergelijking tussen klinische en omgevingsisolaten, die in andere dan zorgomgevingen niet voorhanden zijn.
  3. Accreditatie/vereisten van de AHJ (bevoegde instantie): zorginstellingen moeten zich houden aan de regels en voorschriften die zijn vastgesteld door hun accreditatie-instanties, alsmede aan de richtlijnen en mededelingen van de staats- en gezondheidsdiensten, die veel strenger zijn dan de vereisten die gelden buiten de gezondheidszorg.

Neem vandaag nog contact met ons op voor ondersteuning bij het beheersen van de risico’s op via water overdraagbare ziekteverwekkers in uw gebouwen, WMP’s, bemonsteringsplannen, risicobeoordelingen, bemonstering door geaccrediteerde externe laboratoria, audits, aanvullende en nooddesinfecties, advies of voor overige vragen.